← Alle artikelen

App-V voor Microsoft 365 Apps is uitgefaseerd: controleer uw uitrol en stap over op Click-to-Run (MC1183012)

Technische illustratie van Microsoft 365 Apps die van een App-V-packagebron naar een Click-to-Run-deployment met beheerde updatekanalen migreert.

Organisaties die Microsoft 365 Apps vroeger als Microsoft Application Virtualization-pakket (App-V) hebben uitgerold, moeten hun uitrolproces opnieuw beoordelen. Microsoft heeft de zogeheten Packager Mode van de Office Deployment Tool (ODT) uitgefaseerd. Het oorspronkelijke Message Center-bericht MC1183012 noemde 13 januari 2026 als omslagpunt: met bijgewerkte ODT-versies kunnen geen nieuwe App-V-pakketten voor Microsoft 365 Apps meer worden gemaakt. De ODT-releasehistorie bevestigt die wijziging als Packager Mode Deprecation.

Dit is geen algemene mededeling dat elke App-V-toepassing onmiddellijk moet verdwijnen. Het onderwerp gaat specifiek over het maken van nieuwe Microsoft 365 Apps-pakketten met de ODT. Bestaande Office-App-V-pakketten bleven volgens de oorspronkelijke aankondiging functioneren, maar dat is geen veilige langetermijnstrategie voor een uitrolproces dat nieuwe versies, talen, updatekanalen of herstelpakketten moet kunnen leveren. De praktische opvolger voor Microsoft 365 Apps is Click-to-Run.

Wat is precies veranderd?

De ODT is de opdrachtregeltool waarmee beheerders Microsoft 365 Apps kunnen downloaden, installeren, bijwerken en configureren. In een ouder Office-App-V-proces werd de tool ook in Packager Mode gebruikt om een virtueel Office-pakket te maken. Vanaf januari 2026 is die route voor nieuwe Microsoft 365 Apps-pakketten niet langer ondersteund. In de ODT-releasehistorie staat bij versie 16.0.19628.20046 van 15 januari 2026 expliciet dat Packager Mode is uitgefaseerd.

Er bestaat nog Microsoft-documentatie waarin App-V-gerelateerde ODT-configuratie, zoals PACKAGEGUID, wordt beschreven. Gebruik zo’n verwijzing niet als bewijs dat een nieuw Office-App-V-pakket nog als ondersteunde uitrolroute beschikbaar is. Het actuele ODT-overzicht documenteert voor Microsoft 365 Apps juist de modi /download, /configure, /customize en /help. Baseer een nieuw ontwerp daarom op de actuele releasehistorie en test het eigen proces met een actuele ODT-versie.

Voor wie is dit nog relevant?

De wijziging raakt niet iedere Microsoft 365-tenant. Controle is vooral nodig bij organisaties die Microsoft 365 Apps ooit via App-V hebben uitgerold of intern een oud Office-opbouwproces beheren. Het risico zit vaak niet in een zichtbare instelling in het Microsoft 365-beheercentrum, maar in een gedeelde netwerkmap, taakreeks, Configuration Manager-pakket, draaiboek of CI/CD-script dat nog een ODT-aanroep met /packager bevat.

  • Uitrolteams: scripts, pakketconfiguraties en documentatie die voor Microsoft 365 Apps een App-V-pakket opbouwen of publiceren.
  • Endpointbeheer: apparaten die Office nog uit een App-V-pakket ontvangen, inclusief test-, kiosk- en gedeelde werkplekken.
  • Servicedesk en applicatie-eigenaren: teams die afhankelijk zijn van Office-invoegtoepassingen, macro’s, integraties of specifieke update- en activeringsinstellingen.
  • Continuïteits- en herstelteams: beheerders die in een incident verwachten een nieuw of aangepast Office-pakket te kunnen maken.

Waarom bestaande pakketten geen eindpunt zijn

Een pakket dat vandaag nog op een apparaat draait, bewijst alleen dat de huidige combinatie werkt. Het zegt niets over de mogelijkheid om bij een nieuwe taal, architectuurwijziging, kanaalwijziging, defecte pakketbron of vereiste herbouw hetzelfde proces opnieuw uit te voeren. Maak daarom onderscheid tussen functionerend op dit moment en herhaalbaar, te beheren en te ondersteunen.

Beoordeel App-V bovendien per component. Het actuele Microsoft-ondersteuningsbeleid maakt onderscheid tussen de App-V-client, sequencer en serveronderdelen; de levenscyclus daarvan is niet hetzelfde als die van de uitgefaseerde ODT-Packager Mode voor Microsoft 365 Apps. Meng deze beslissingen niet. Een organisatie kan bijvoorbeeld voor andere applicaties nog App-V gebruiken, terwijl Office naar Click-to-Run verhuist.

Inventariseer de werkelijke afhankelijkheid

  1. Zoek naar het oude opbouwpad. Doorzoek gedeelde uitrolmappen, Configuration Manager, Intune-remediaties, taakreeksen, buildservers en draaiboeken op /packager, packageconfig.xml, PACKAGEGUID en Office-App-V-bestanden.
  2. Leg het apparaatbereik vast. Inventariseer welke groepen, locaties, gedeelde pc’s en testapparaten nog een Office-App-V-pakket gebruiken. Controleer ook apparaten die zelden online komen.
  3. Noteer de functionele afhankelijkheden. Betrek eigenaren van invoegtoepassingen, lokale Office-integraties, sjablonen, macro’s, Outlook-profielen en gedeelde-computeractivering. Dit zijn de onderdelen die een basisinstallatie vaak niet afdekt.
  4. Breng de huidige updatebron in kaart. Leg vast waar Office-installatiebestanden, updates en configuratie-XML vandaan komen. Een lokale installatiebron, een CDN en Configuration Manager vragen elk om een andere test- en terugvalaanpak.
  5. Houd bestaand en doelproces naast elkaar. Beschrijf niet alleen hoe Office wordt geïnstalleerd, maar ook hoe een versie wordt bijgewerkt, gecontroleerd, uitgerold en bij een fout hersteld.

Kies bewust het doelplatform voor Microsoft 365 Apps

Click-to-Run is het reguliere uitrolmodel voor Microsoft 365 Apps. De ODT kan de installatiebestanden downloaden en met een configuratiebestand installeren of aanpassen; Microsoft biedt daarnaast uitrolroutes via Configuration Manager en andere beheeroplossingen. Kies de route die bij het bestaande beheer van endpoints past, in plaats van het oude App-V-proces één-op-één na te bootsen.

  • ODT met configuratie-XML: bruikbaar wanneer de organisatie zelf een bron, producten, talen, kanaal en installatieparameters wil beheren.
  • Configuration Manager of Intune: passend wanneer Office-installatie, toewijzing, rapportage en levenscyclusbeheer al via endpointbeheer worden uitgevoerd.
  • Gedeelde computers of RDS: toets de instelling Shared Computer Activation (gedeelde-computeractivering) en het updategedrag expliciet; deze scenario’s horen onderdeel van het ontwerp te zijn, niet een instelling die pas na uitrol wordt ontdekt.

Test vóór een brede omzetting

  1. Bouw een representatieve pilotgroep. Neem niet alleen standaardwerkplekken op, maar ook apparaten met afwijkende talen, architecturen, invoegtoepassingen, gedeelde aanmelding of beperkte netwerkverbinding.
  2. Test installatie én onderhoud. Controleer een schone installatie, een overgang vanaf de bestaande situatie, een Office-update, het toevoegen van een taal en een herstelactie. Alleen een eerste installatie is geen volledige acceptatietest.
  3. Test bedrijfsprocessen. Laat applicatie-eigenaren de relevante Outlook-, Excel-, Word- en PowerPoint-koppelingen uitvoeren. Controleer ook bestandstypen, afdrukken, invoegtoepassingen en SSO waar dat van toepassing is.
  4. Meet de eindtoestand. Leg product, kanaal, architectuur, taal, geïnstalleerde build en updatebron vast. Gebruik voor Microsoft 365 Apps bij voorkeur de actuele Click-to-Run-inventarisatie en niet uitsluitend een oud detectiescript.
  5. Werk pas daarna het oude pad uit. Verwijder of archiveer oude App-V-buildscripts pas nadat de nieuwe route aantoonbaar reproduceerbaar is en een eigenaar voor onderhoud heeft.

Let op interactie met andere gevirtualiseerde toepassingen

Een overgang naar Click-to-Run betekent niet automatisch dat alle andere App-V-toepassingen van het apparaat verdwijnen. Microsoft documenteert bijvoorbeeld dat virtueel geleverde invoegtoepassingen en bedrijfstoepassingen op een apparaat waarop App-V is ingeschakeld soms niet goed met lokaal geïnstalleerde Microsoft 365 Apps kunnen samenwerken. Onderzoek die combinatie in de pilot en pas niet zonder diagnose een registeraanpassing of brede uitzondering toe. Het doel is een ondersteund Office-uitrolproces zonder een nieuw integratieprobleem op apparaten te introduceren.

Een praktisch beheerplan

  1. Wijs een eigenaar aan voor de inventaris van Office-App-V-pakketten en ODT-buildscripts.
  2. Voorkom dat nieuwe processen nog afhankelijk worden van Packager Mode voor Microsoft 365 Apps.
  3. Maak een Click-to-Run-configuratie voor de doelgroepen en leg kanaal, talen, activering en updatebron vast.
  4. Doorloop de pilot met applicatie-eigenaren en documenteer afwijkingen inclusief oplossing of acceptatiebesluit.
  5. Rol gefaseerd uit, controleer de geïnstalleerde toestand en monitor signalen van gebruikers en servicedesk.
  6. Werk operationele documentatie, herstelprocedures en wijzigingsprocessen bij, zodat ook een toekomstige Office-wijziging via de nieuwe route verloopt.

Officiële documentatie