← Alle artikelen

Dataverse-opslagvalidatie: voorkom beperkingen voor sandboxomgevingen

Drie datacapaciteitsreservoirs die via gecontroleerde leidingen een afzonderlijke sandboxomgeving voeden.

Microsoft voert vanaf 9 november 2026 stapsgewijs een controle op Dataverse-opslag in voor daarvoor in aanmerking komende tenants die uitsluitend Dataverse gebruiken. De nieuwe controle maakt de gevolgen zichtbaar zodra de effectief beschikbare opslag boven de 100% wordt benut. Dat kan beheerhandelingen meteen blokkeren. Blijft de overschrijding bij bepaalde sandboxomgevingen lang bestaan, dan kan de toegang tot die omgevingen uiteindelijk worden beperkt.

Het gaat niet om een algemene blokkade voor alle Power Platform-omgevingen. Microsoft maakt onderscheid op basis van tenanttype, omgevingstype en facturering. Wel is dit een goed moment om opslagcapaciteit structureel te beheren: niet alleen het totale verbruik telt, maar ook het opslagtype en de beperkte manier waarop ongebruikte capaciteit tussen typen mag worden verrekend.

Wat verandert er op 9 november?

Volgens MC1483524 begint Microsoft op 9 november 2026 met een gefaseerde uitrol van de validatie. Deze controle is gericht op tenants die uitsluitend Dataverse gebruiken en geen Dynamics 365 Finance and Operations-omgevingen of -verbruik hebben. Microsoft noemt onder meer Dynamics 365 Sales, Customer Service, Field Service, Customer Insights, Customer Voice, Contact en Project Operations op Dataverse als producten binnen de reikwijdte.

Voor deze tenants beoordeelt Microsoft de effectieve capaciteit. Dat is iets anders dan alleen de losse meterstanden voor Database, Log en File. Eerst wordt ongebruikte capaciteit alleen in de toegestane richting tussen die opslagtypen ingezet (cross-capacity borrowing). Pas daarna blijkt of er werkelijk een tekort is. De uitkomst kan dus afwijken van wat één afzonderlijke capaciteitsmeter suggereert.

De directe impact: beheerhandelingen kunnen stoppen

Zodra een tenant voor het eerst meer dan 100% van de effectieve capaciteit gebruikt, start de termijn voor een opslagoverschrijding. Microsoft blokkeert dan meteen een aantal omgevingshandelingen, waaronder het maken, kopiëren, herstellen en terugzetten van omgevingen. Ook het omzetten van een proefomgeving naar betaald gebruik en het toevoegen van een Dataverse-database vereisen voldoende capaciteit.

MomentWat Microsoft doetWat u als beheerder doet
Vóór een overschrijdingBij minder dan 15% resterende effectieve capaciteit verschijnen waarschuwingen; onder 5% volgt een extra waarschuwing.Onderzoek de groei, de betrokken omgevingen en het opslagtype voordat een tekort ontstaat.
Meer dan 100% effectieve capaciteit gebruikt (T0, het eerste moment boven de limiet)Omgevingen maken, kopiëren, herstellen en terugzetten is niet mogelijk zolang de benodigde capaciteit ontbreekt.Los eerst het effectieve capaciteitstekort op. Reken er niet op dat een nieuwe omgeving of herstelactie nog kan worden uitgevoerd.
Na 30 dagen zonder oplossingGetroffen sandboxomgevingen zonder actieve pay-as-you-go-facturering gaan in beheermodus; alleen beheerders houden dan toegang.Gebruik die beperkte toegang om de oorzaak weg te nemen. De termijn loopt door zolang het tekort bestaat.
Na 90 dagen zonder oplossingGetroffen sandboxomgevingen worden uitgeschakeld. Ook beheerders kunnen zich dan niet meer aanmelden; de omgeving en gegevens blijven behouden.Breng de tenant weer binnen de effectief beschikbare opslagcapaciteit en schakel de omgeving daarna opnieuw in.

De dag waarop de tenant voor het eerst boven 100% effectieve capaciteit uitkomt, is het beginpunt van de telling. Heft u het tekort vóór de volgende fase op, dan stopt de verdere escalatie. Wacht daarom niet tot een sandbox in beheermodus staat: een geblokkeerde kopieer- of herstelactie kan ook een release of incidentafhandeling vertragen.

Productie, sandbox en pay-as-you-go zijn niet hetzelfde

Microsoft zet productieomgevingen via deze stappen na 30 en 90 dagen niet in beheermodus en schakelt ze ook niet uit. Dat betekent niet dat productiecapaciteit geen aandacht vraagt: de tenantbrede beperkingen op omgevingen maken, kopiëren en herstellen gelden al zodra de effectieve capaciteit wordt overschreden. Een tekort kan een gewenste release- of herstelactie dus alsnog raken.

Voor sandboxomgevingen geldt een belangrijke uitzondering. Een sandbox met een actieve pay-as-you-go-facturering doorloopt de beschreven beheermodus en uitschakeling niet. Dat is geen reden om facturering zonder beoordeling aan te zetten: controleer vooraf de gekoppelde Azure-factureringsregeling, de eigenaar, de kostenbewaking en de reikwijdte van de omgeving.

Tenants met Dynamics 365 Finance and Operations-omgevingen of -verbruik vallen volgens Microsoft buiten de reikwijdte van deze Dataverse-opslagvalidatie. Beoordeel daarom eerst welke tenantcategorie van toepassing is, in plaats van een waarschuwing of tijdlijn uit een andere omgeving één-op-één over te nemen.

Waarom drie opslagtypen apart tellen

Dataverse kent drie capaciteitstypen: Database, Log en File. Microsoft staat alleen verrekening in één richting toe: Database → Log → File. Ongebruikte Database-capaciteit kan daarom een tekort bij Log of File deels opvangen; ongebruikte Log-capaciteit kan een tekort bij File opvangen. Andersom werkt het niet.

  • Een tekort bij Database kan niet worden opgevangen met vrije Log- of File-capaciteit.
  • Vrije Database-capaciteit kan wel een tekort bij Log opvangen.
  • Vrije Database- en Log-capaciteit kunnen een tekort bij File opvangen.
  • Ongebruikte File-capaciteit kan een tekort bij Database of Log niet oplossen.

Een volle Database-meter verdient daarom extra aandacht. Ook als er veel File-capaciteit beschikbaar lijkt, kan die een tekort bij Database niet compenseren. Baseer besluiten op de effectieve capaciteit in het Power Platform-beheercentrum, niet op de aanname dat vrije ruimte uit ieder opslagtype onderling uitwisselbaar is.

Breng de oorzaak per omgeving en tabel in kaart

Begin in het Power Platform-beheercentrum onder Licensing > Dataverse. Daar ziet u het verbruik per opslagtype, de omgevingen met het hoogste verbruik en de verdeling tussen vooraf ingekochte en eventuele pay-as-you-go-capaciteit. Selecteer vervolgens een betrokken omgeving om het gebruik van Database, Log en File verder te analyseren. Microsoft biedt ook per tabel een overzicht van verbruik en groei.

  1. Bevestig voor welke tenant dit geldt. Controleer of het om een tenant gaat die uitsluitend Dataverse gebruikt en of Finance and Operations buiten de scope valt.
  2. Lees de effectieve capaciteit. Leg per opslagtype de beschikbare capaciteit, het verbruik, de toegestane verrekening en het resterende tekort vast.
  3. Bepaal welke omgevingen bijdragen. Kijk niet alleen naar het totaal, maar ook naar de grootste verbruikers en hun groeitempo.
  4. Onderzoek de tabellen. Gebruik het verbruik per tabel om onderscheid te maken tussen noodzakelijke gegevens, gegevens die kunnen worden verwijderd en gegevens die mogelijk voor langetermijnbewaring in aanmerking komen.
  5. Neem een herstelbesluit met een eigenaar. Kies bewust tussen opschonen, extra capaciteit toewijzen of aanschaffen, of pay-as-you-go inzetten als dat passend is.

Verwijder gegevens niet alleen om een meter snel te laten dalen. Controleer eerst de zakelijke, wettelijke, audit- en herstelvereisten. Microsoft noemt onder meer het opruimen van niet-benodigde gegevens en apps, het verwijderen van ongebruikte omgevingen en langetermijnbewaring voor geschikte inactieve gegevens als manieren om het actieve verbruik terug te dringen.

Praktisch draaiboek vóór de uitrol

  1. Maak één capaciteitsrapport. Leg voor Database, Log en File de beschikbare capaciteit, het actuele verbruik, de effectieve positie en de grootste omgevingen vast.
  2. Wijs een eigenaar toe aan elke belangrijke bron van capaciteitsgroei. Een omgevingsbeheerder kent de gegevens; een tenant- of licentiebeheerder kan capaciteit of facturering regelen. Beide rollen zijn nodig voor een uitvoerbare oplossing.
  3. Bescherm herstelacties en routes voor releases. Inventariseer welke sandboxen nodig zijn voor kopieën, herstelacties en testwerk. Ga er niet van uit dat deze acties altijd beschikbaar blijven.
  4. Hanteer een grens vóór T0. Handel bij waarschuwingen en niet pas bij 100% effectieve capaciteit. Zo blijft tijd over voor gecontroleerd opschonen of extra inkoop.
  5. Test de herstelroute. Controleer na het herstellen van capaciteit in het beheercentrum of de effectieve overschrijding echt is opgelost, voordat u een geblokkeerde actie opnieuw plant.

De kern is eenvoudig: vrije ruimte is alleen bruikbaar als zij zich in het juiste capaciteitstype bevindt of volgens de toegestane richting kan worden geleend. Door die controle in het reguliere Power Platform-beheer op te nemen, wordt de gefaseerde validatie een beheersbaar capaciteitsvraagstuk in plaats van een onverwachte blokkade van een sandbox.

Officiële documentatie